Kruispunt / Opinie
Pagina 1 van 12 >

Gezond Verstand (59)

Twee maanden na de schokgolf van 22 maart 2016 organiseerden Koning Filip en de regering Michel gezamenlijk een waardige herdenkingsplechtigheid in het koninklijk paleis. De keuze van deze locatie belichaamde volkomen de eerbied, ernst en betekenis  van dit nationaal bezinningsmoment.
De gezagdragers betuigden aldus, in naam van de ganse bevolking, de vereiste eerbied en steun aan de families van de 32 onschuldige dodelijke slachtoffers en de honderden gewonden; ze betoonden tevens hun waardering en dank aan de vele hulpverleners die na de tragische gebeurtenissen blijk hadden gegeven van een bewonderenswaardige inzet, deskundigheid en solidariteit.

De IS-aanslagen in de luchthaven van Zaventem en aan het metrostation Maalbeek waren weerzinwekkende terreurdaden die het geweten van de ganse mensheid – die naam waardig – hebben geschokt.

Kranig optreden

Ons Land heeft op passende wijze gereageerd op de waanzinnige mokerslagen van die wreedaardige pseudo-Islamfanaten: onze politiediensten en speurders hebben de snode daders vrij spoedig kunnen ontmaskeren, inrekenen en uitschakelen. Met vereende krachten en besluitvaardigheid werd ook de aangebrachte materiële en economische schade reeds in ruime mate bedwongen en hersteld. Het menselijk leed was helaas onherstelbaar.

Verbondenheid

Ten onrechte werden de Belgische beleidslieden en veiligheidsdiensten wegens hun tekortkomingen met de vinger gewezen; ons Land werd zelfs – al te lichtvaardig – door sommigen als ‘failed state’ bestempeld. Tegen blinde en onzinnige terreur is helaas weinig verweer.

Integendeel: de regering Michel heeft in uiterst moeilijke omstandigheden eendrachtig blijk gegeven van verbondenheid, slagkracht en doeltreffendheid. De bevolking heeft met forse edelmoedigheid en solidariteit op deze woeste wandaden gereageerd.

Onruststokers

Deze tragische gebeurtenissen zijn nauwelijks enigszins bedwongen – hoewel nieuwe aanslagen nog steeds niet uitgesloten zijn – of deze wonderbare weerbaarheid van de natie wordt opnieuw belaagd door eigen landgenoten.

Terwijl de overheid zich inspant – en er stilaan in slaagt – om de tewerkstelling  aan te zwengelen en de staatsfinanciën op het goede spoor te zetten, poogden sommigen met stakingen en betogingen het Land plat te leggen; anderen proberen – ondanks de overeengekomen communautaire standstill – de bedrieglijke staatshervorming weer op tafel te brengen.

België dat reeds zozeer geteisterd werd door allerlei onheil en miserie – het vluchtelingenprobleem, het IS-terrorisme, de onverantwoorde besparingen, de Brexit en noem maar op – wordt eens temeer belaagd in zijn voortbestaan. Onder het mom van ‘verandering’ en ‘vooruitgang’ betrachten kortzichtige politici, overeenkomstig hun statuten, de zgn. ‘onafhankelijkheid’ van Vlaanderen; concreet behelst zulks de splitsing van België, wellicht de totstandbrenging van een confederatie, misschien zelfs een vorm van samenhang van Vlaanderen bij Nederland.

Het (geheim) pact

Bij de vorming van de regering Michel zou overeengekomen zijn dat op het einde van de legislatuur de herziening van de grondwet zou mogelijk gemaakt worden. In afwachting hiervan stemde de N-VA erin toe tijdelijk een ‘communautaire stilstand’ in acht te nemen. Hoewel de premier het bestaan van dit ‘geheim pact’ eigenlijk nooit heeft bevestigd, heeft de N-VA aan dit akkoord toen vrij spoedig ruchtbaarheid gegeven. Hoewel de partij haar ware betrachtingen ter zake flink heeft verdoezeld, heeft ze de afgesproken deal herhaaldelijk overtreden. Meestal hebben de andere meerderheidspartijen daaraan diplomatisch slechts weinig aanstoot genomen.

Knauw

Het hek was eens te meer van de dam toen de Vlaamse minister-president Geert Bourgeois (N-VA) op de vooravond van de Vlaamse feestdag in Kortrijk haast triomfantelijk aankondigde dat de herziening van de grondwet in 2019 moet plaatsvinden. De vatbaarverklaring hiervan beoogt - zo staat geschreven – de splitsing van het Land.

Dat deze poging tot communautaire doorbraak op vinkenslag zat, was al een zestal maanden eerder aan het licht gekomen door de oprichting van een werkgroep van N-VA-deskundigen, die belast werden met de voorbereiding van dit manoeuvre.
Dergelijke operatie zou nochtans de instemming moeten bekomen van tweederden van de parlementsleden. Deze machtsgreep zou zonder twijfel het Land opnieuw in een communautaire storm van jewelste  storten.
Door deze aangelegenheid nu reeds weer te berde te brengen, n.a.v. de Vlaamse feestdag dan nog wel, heeft de minister-president de lopende communautaire (schijn)vrede alleszins een flinke knauw toegebracht.

Sneer

Voortgaande in zijn gelegenheidsretoriek kon de minister-president zich niet weerhouden een flinke sneer uit te delen aan onze franstalige landgenoten.
Blijkbaar was hij, zoals een groot deel van de bevolking, in zijn wiek geschoten wegens de recente stakingen en baldadigheden, die in Wallonië heel wat langer en heftiger verliepen dan in het Vlaamse landsgedeelte. Hij leidde hieruit af dat de ‘culturen’ van noord- en zuid niet overeenstemden en voegde er smalend aan toe dat ‘de taalgrens dus ook een stakingsgrens’ geworden is en dat ‘de Vlamingen hierop spuwen’.
Deze uitlatingen van de N-VA-kopman zijn niet enkel bij de oppositie maar ook de andere meerderheidspartijen zwaar aangekomen. Premier Charles Michel (MR) gaf zijn ongenoegen te kennen: ”Dit is niet het taalgebruik voor een minister-president” zei hij, bij de aanvang van de 11 juliviering in het Brusselse stadhuis. Niettemin zaten de twee nadien nog naast elkaar op de eerste rij, en kon er blijkbaar nog een geestigheid vanaf. Toch viel het op: er was een haar in de soep.

‘Beeldspraak’

Geert Bourgeois zelf achtte de commotie overtrokken. “Het gaat om één zinnetje” verduidelijkte hij; ”mijn uitspraak was vooral bedoeld om het beeld te versterken dat de Vlamingen de stakingen beu zijn”.

Een flauw excuus is dit; (bijna) iedereen, hij weze Waal, Brusselaar of Vlaming, wil af van het stakings- en afbraakgedoe. Maar spuwen doet men niet, allerminst op landgenoten.

Gezond verstand

De vorige staaatshervormingen, die tot doel hadden de gewesten meer slagkracht te geven, hebben in werkelijkheid reeds op diverse terreinen nog meer onenigheid gesticht en de tegenstellingen aangescherpt; dit heeft ertoe geleid dat ons huidige staatsbestel bijna, zowel intern als op internationaal vlak, onwerkbaar geworden is. Dit heeft ons zelfs (ten onrechte) de spotnaam ‘failed state’ bezorgd.


In plaats van verdeeldheid heeft ons Land klaarblijkelijk meer eenheid en samenwerking nodig; ene Vlaxit zal ons Land zeker geen heil brengen.

Herfederalisme op specifieke terreinen is, in tegenstelling met het bekrompen en misleidend confederalisme, een positief project.

Gelukkig geven de ware Belgen nog altijd blijk van gezond verstand. Ze zijn werkzaam, vooruitstrevend, volhardend en standvastig. Ze leven niet boven hun stand maar komen er wel.

JMP
14.07.2016

De Waanzin (58)

Het was wat stil geworden aan het westelijk front. De straten in de hoofdstad van Europa lagen verlaten, de metro’s waren stilgelegd, de scholen gesloten. Gewapende soldaten bewaakten er de openbare gebouwen, het hoogste terreurniveau was afgekondigd.
Het ‘kibbelkabinet’ was met verstomming  geslagen. De excellenties, overmand door zorg en twijfel, hadden kringen onder de ogen.

Nochtans, pas enkele weken eerder leek het vertrouwen te dagen. De dreiging van de Grexit werd bedwongen; de massale exodus van de vluchtelingen uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten naar West-Europa geraakte enigszins gekanaliseerd en opgevangen. Dan plots, de avond van 13 november – bijna  één jaar na de moord-raid op de redactie van Charly Hebdo -, sloeg Islamitische staat toe in Parijs: de nieuwe ‘oorlog’ in het Westen was uitgebroken.

Meteen werd ook ons land in de terreurdreiging betrokken. De schrik sloeg toe. De federale regering werd zwaar op de proef gesteld en sloot, o wonder, de rangen. De bescherming van de bevolking en de jacht op de terroristen werden prioritair en eisten van haar een fors en eendrachtig optreden. Er was geen tijd noch goesting meer voor veel geleuter en dwarsdrijverij.

De losgeslagen waanzin van de jihadisten houdt sindsdien ook ons land in zijn greep. Niet enkel het thuisfront ondergaat de terreur, ook ons fregat F930 Leopold  I – dat het Franse vliegdekschip Charles De Gaulle escorteert voor de Syrische kust - vaart in de eerste lijn.

De jacht op enkele ontsnapte salafistische handlangers blijkt geen gemakkelijke klus te zijn. Zelfs een wereldwijde coalitie zal het extra moeilijk krijgen om de waanzin te ‘vernietigen’… Het zal wellicht jaren duren eer de dreiging bedwongen lijkt.

 

De ‘keerzijde’ van deze ‘drôle de guerre’ laat zich tot nu toe vooral gevoelen op het thuisfront. De ‘wankele’ communicatie  van de overheid wekt wantrouwen. Dankzij de (tijdelijke en onzekere) verlaging van het dreigingsniveau zijn de schrik en het wantouwen van de bevolking wat afgenomen, maar elkeen beseft wel dat er ons nog nieuwe aanslagen te wachten staan. Wellicht kan de oprichting van een speciale commissie, die een open en constructieve dialoog ter zake tussen de politieke partijen mogelijk maakt, enig soelaas bieden.

 De regeringspartners hadden trouwens reeds eerder de rangen gesloten. Ondanks het heikel steekspel van ’de grote leider’ achter-de-schermen was - als het ware vanzelf – een ‘eendrachtig’ optreden tot stand gekomen, dat tot dan toe bijna onmogelijk geacht werd. Hoelang dit ‘verstandshuwelijk’ zal standhouden, valt natuurlijk nog af te wachten; deze stap weerlegt alvast enigszins de internationale schimp als zou het kleine Belgïe de Europese bakermat van IS en een ‘failed state’ geworden zijn.
Voorwaar, ook N-VA schaart zich (voorlopig?) om de Belgische vlag. Koning Filip bekwam zelfs een vrijgeleide om de hulp van zijn Marokkaanse evenknie, Koning Mohammed, in te roepen. Maar een tussendoor-wellness-week-eindje in het Franse Quiberon werd hem door sommigen niet eens meer gegund. Deze ommekeer – hoe symbolisch ook – kan nochtans een aanzet geven tot nog meer (noodzakelijke) verstandhouding.

Wie weet hoe de apocalyptische waanzin van de enen kan bijdragen tot de redelijkheid van de anderen.
We horen optimistisch te blijven. Aan de Weltuntergang zijn we heus nog niet toe.

JMP
30.11.2015

Perceptie (57)

Waar gaan we naartoe?

Het regeringsbeleid in ons Land, met premier Charles Michel aan het hoofd (sic), is blijkbaar in een beslissende fase beland.

Het getreuzel met de fameuze tax shift blijft maar duren en kan nog alle kanten uit. De regeringspartijen zitten blijkbaar niet op hetzelfde spoor. Het gaat amper vooruit, soms weer een eind achteruit.  Naar eigen zeggen willen ze nochtans voor het zomerreces in het station aankomen.

In plaats daarvan verspelen ze hun tijd met allerlei gekibbel. Ze gunnen elkaar geen duimbreed en pogen zich tussendoor te profileren met fantasierijke voorstellen, net alsof er ons binnenkort nieuwe verkiezingen te wachten staan. Bepaalde coalitiepartners zetten middelerwijl volop hun pionnen uit en jagen heimelijk naar hartenlust op andermans terrein.

De premier poogt wel het hoofd koel te houden. Stoïcijns aanschouwt hij het ongewoon steekspel, af en toe kan hij zich amper weerhouden even de puntjes op de i te zetten…

Zelfs de ‘grote leider’ krijgt het – naar eigen zeggen - op zijn heupen. In het parlement krijgt men hem nochtans steeds niet te zien. Met de regelmaat van een klok verschijnt hij wel, onder diverse gedaanten, in de media. Zelfs uit New-York deed hij zijn zegje.
Het gerommel in de Wetstraat en het gekrakeel op de tribunes bevallen hem niet, zo zegt hij. Dit had hij, met de kracht van de verandering, duidelijk niet zo verwacht. Het zoenoffer van de communautaire ‘stilstand’ heeft, zo beseft hij wel, niet alle duivels kunnen temmen. Na de turbulente wittebroodsweken waren de gemoederen immers ietwat bedaard. De stellingen waren ingenomen, het werd tijd voor wat rust en diepgang. Ook hij werd het er toen over eens dat het wederzijds gekibbel moest stoppen. Hoelang de ‘wapenstilstand’ kan standhouden zal de toekomst uitwijzen.

Keerpunt

Wonder boven wonder. Het ‘geheimzinnige’ communautair ‘akkoord’ heeft toch enigszins een tijdelijke pacificatie opgeleverd. Dit is alvast een pluspunt waar ons Land alle baat bij heeft. We dienen ons evenwel alsnog niet te veel illusies hierover te maken. Er is en blijft in de N-VA zeker een kern van - al dan niet – extremisten die streven naar de splitsing van België en een ‘onafhankelijk’ Vlaanderen. Deze ‘tijdbom’ is geenszins ontmanteld; het ‘wapen’ kan overigens best ook – te gelegener tijd – als dreigmiddel aangewend worden. Dit zijn wellicht slechts ‘zorgen voor morgen’.

Deze ‘gewapende vrede’ heeft nochtans alvast ook een ander keerpunt mogelijk gemaakt. De gestage lastercampagne t.o.v. de Koninklijke familie is in ruime mate afgenomen, zelfs quasi stilgevallen. Dit hebben we overigens vooral te danken aan de Vorst en zijn gezin zelf. Het bewind van Filip is – in weerwil van vele voorspellingen – wijs en voortreffelijk, het optreden van Mathilde innemend en charmant. De Belgen mogen zich fier en gelukkig prijzen met hun ‘modern’ staatshoofd. Hij is in deze onzekere tijden onbetwistbaar de ‘sterkhouder’ van hun Land.

Helaas, de ellende komt heden uit het buitenland. De Grexit bedreigt de broederschap in Europa, de vluchtelingencrisis rond de Middellandse zee treft ons werelddeel in het hart. De bakermat en de hoeders van de democratie worden voor hun verantwoordelijkheid gesteld. Hoe dan ook, er staan ons nog harde noten te kraken.

De afloop en de gevolgen zijn niet te voorzien. Zijn we de lessen van het verleden dan echt vergeten?

JMP
24.06.2015

Het Moratorium (56)

Het eerste semester van de federale regering Michel is een dubieuze bedoening geworden.

In feite was de onuitgegeven coalitie onverwacht tot stand gekomen. Algemeen werd verondersteld dat we, na de redelijk geslaagde peripetieën van de ‘vlinder’-unie-regering di Rupo, een gelijkaardige maar wel daadkrachtiger coalitie aan het roer zouden krijgen. De ‘succes’-story, de machtshonger en de handigheidjes van de N-VA hebben echter het roer omgeworpen. Nochtans, de uitspraak van de kiezer had wel degelijk een voortzetting van het di Rupo-experiment mogelijk gemaakt.

De afbraakcampagne van N-VA tegen de Parti Socialiste heeft hierbij haar slag thuisgehaald. Met slinkse manoeuvres is de zgn. partij van ‘de verandering’ de radicaal-rechtse toer opgegaan; de ‘gedaantewisseling’ van de separatisten was verbijsterend. Onder het mom van een economische ommezwaai hebben zij hun hoofdthema’s van de splitsing van België en de onafhankelijkheid van Vlaanderen zonder verpinken zgz. ‘tijdelijk’ onder tafel geveegd. De greep naar de ‘macht’ bleek belangrijker dan de dure eden van voordien.

De eerste maanden van de legislatuur kenden, zoals te verwachten viel, een turbulent verloop. De oppositie deed er alles aan om de leugenachtigheid en onbetrouwbaarheid van de N-VA in de verf te zetten. Deze laatste spartelde als een duivel in een wijwatervat, ging zelfs herhaaldelijk op de knieën: ze had het klaarblijkelijk erg moeilijk in haar nieuwe rol. Ook het gekibbel tussen de coalitiepartners werd dagelijkse kost. Intussen roerde de ‘grote leider’ de trom in Antwerpen; hij kreeg er zijn persoonlijke schildwachten maar liet zijn zetel koud in het parlement; op zeker ogenblik dreigde hij er zelfs mee te ‘stoppen’. Zijn woordvoerster in het Vlaams parlement bepleitte anderzijds al een herziening van het regeringsakkoord.

Het is evident: het botert niet echt bij ‘de nieuwe meerderheid’. En dit is nog maar een begin…

 

Premier Michel schipperde evenwel als een volleerde kapitein tussen de klippen. Na de eerste mokerslagen hebben zijn volhardingsvermogen en zalvende taal de voorjaarsstorm alsnog wat kunnen luwen. Er wachten ons echter weldra nog andere harde noten te kraken.

De resultaten van het eigenlijk beleid zijn nochtans vrij hoopgevend. Onder de druk van de omstandigheden spannen diverse excellenties zich klaarblijkelijk in om ‘gedegen’ prestaties op eigen terrein af te leveren. Dit is uiteindelijk het voornaamste dat de bevolking, die al jaren door de crisis en het falend beleid geteisterd werd, mocht verwachten.

De partijen die om totaal andere redenen met de N-VA in de boot waren gestapt, hebben aldus in vrij korte tijd al heel wat van hun betrachtingen tot stand kunnen brengen. De voorstanders van de zgn. ‘verandering’ daarentegen hebben hun extreme illusies en harde standpunten – weliswaar voorlopig – grotendeels mogen inbinden. Ze slaagden er wel niet in hun ware ondertoon en heimelijke manoeuvres gedeisd te houden. Het vertrouwen tussen de partners is ver te zoeken.

Er hangt een donderwolk boven deze regering; meer zelfs, er dreigt voortdurend hels onweer. Vroeg of laat zal Premier Michel het echt moeilijk krijgen om zijn ingewikkelde constructie in stand te houden en een pandemonium te ontwijken.

De fundamentele onenigheid van de huidige ‘partners’ over de toekomst en de eenheid van ons land is voorzeker een zwaard van Damocles.

Het moratorium dat deze regering heeft mogelijk gemaakt, komt geregeld in ‘t gedrang. Indien de N-VA haar spelletjes blijft spelen, barst onverhoeds de bom.

De traditionele partijen die zes maand geleden mee in de boot zijn gestapt hebben – ze beseffen het wel - een ontzaglijk risico genomen. De Vlaams-nationalisten van beiderlei allooi zijn echter onberekenbaar en hebben hun eigen agenda. Zij zullen voortaan zelf bepalen wanneer de clash hun het best uitkomt.

JMP
18.04.2015

'Geheime' agenda (55)

Het stond in de sterren geschreven: de door de N-VA beloofde ‘institutionele  rust’ voor de duur van de legislatuur, die aan de basis lag van de vorming van de regering Michel, is na anderhalve maand reeds als een zeepbel uiteengespat.


Een recente verklaring van vice-premier Jan Jambon, tijdens een lezing  bij  de Antwerpse afdeling van het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV), stak het vuur aan de lont. Hij ‘onthulde’ er namelijk het bestaan van een geheime schriftelijke overeenkomst van de vier regeringspartijen; derhalve zouden zij, op het einde van de legislatuur, de nodige stappen zetten voor een mogelijke communautaire grondwetsherziening (zie ook opiniestuk 53 ‘Boerenbedrog’). De oppositiepartijen namen het onfrisse nieuws op 27 november al stevig op de korrel in de Kamer.

 

Precedenten
 

Het ‘fundamenteel bedrog’ kwam eigenlijk reeds aan het licht bij de eedaflegging bij de Koning, toen de nieuwe N-VA- excellenties Jan Jambon (vice-premier en Binnenlandse Zaken) en Theo Francken (staatssecretaris voor Asiel en Migratie) de grondwettelijke eed meenden te moeten afleggen met het V-teken, het (gestolen) symbool van hun ambities en succes bij de verkiezingen.
Beide bewindslieden kwamen daarna nogmaals in opspraak, in de Kamer, op grond van hun vroegere dubieuze verklaringen i.v.m. de collaboratie en ‘het nut’ van immigranten. Toen reeds werd door de oppositie – inzonderheid de PS, bij monde van de vorige minister van Binnenlandse Zaken Laurette Onkelinx - het ontslag van beide N-VA’ers geëist.

 

Men zou beide ‘incidenten’ met wat goede wil en de mantel der liefde kunnen toedekken, mochten deze niet volkomen stroken met de bedrieglijke attitudes, voorwendsels en manoeuvres die wij met de regelmaat van een klok vanwege de partij der ‘verandering’ gewoon geworden zijn. Inderdaad, zoals Jan Jambon al herhaaldelijk ook zelf heeft te verstaan gegeven: van een nieuwbakken minister mag men geen foutloos parcours verwachten.


Edoch, een gefakete ‘eed van trouw’, bovendien t.o.v. de hoogste gezagsdrager van ’t Land, kan men bezwaarlijk tot een ‘fout’ minimaliseren. De N-VA-vice-premier gaf naderhand, ter vergoelijking, minachtend te  kennen dat hij zich aldus ’uit gewoonte vergist’ had; dit maakte ‘de fout’, zo mogelijk, alleen maar erger. Bovendien maakte zijn partijgenoot enkele seconden later precies dezelfde ‘fout’; dit lijkt erop te wijzen dat de ‘stunt’ –of hoe je het ook noemen wilt – ‘op afspraak’ gepleegd werd. Of was het misschien  ‘in opdracht’?

Het kan verwondering wekken dat deze ministeriële ‘lapsus’ nadien zo weinig deining veroorzaakt heeft. Het tijdstip van de misstap zelf was natuurlijk ongelegen; men kan wel aannemen dat de aangelegenheid naderhand door eerste minister Michel ‘om de lieve vrede’ binnenskamers afgehandeld werd. Jonggehuwden kunnen elkaar immers niet vanaf de eerste dag in het haar vliegen. Het was overigens toen al meteen zonneklaar dat de kersverse ‘liefde uit noodzaak’ zeer spoedig zou afkoelen en, zonder vlugge koerswijziging, gedoemd was om op de klippen te lopen.

 

Bargoens

Het heeft inderdaad amper slechts zes weken geduurd eer de regels van de welvoeglijkheid en het correct ethisch gedrag opnieuw een flinke deuk kregen.

In diverse verdachte maar onduidelijke verklaringen tijdens de ‘wittebroodsweken’ van de regering Michel 1 waren reeds aanwijzingen aan het licht gekomen inzake ultieme eisen en voorwaarden die de N-VA had gesteld bij de regeringsvorming en –deelname (zie  ‘Kruispunt Opinie 53 ‘Boerenbedrog’).

Na de verkiezingen van 25 mei 2014 had de N-VA wel sterk gescoord, maar ‘de partij der Verandering’ behaalde toch ‘slechts’ 20,26% van de stemmen.  Als grootste partij van het Land kon zij wel aanspraak maken op de regeringsvorming, maar ze had hiervoor wel coalitiegenoten vandoen. De N-VA wou bovendien – het kostte wat het wil – aan de macht komen; zij had overigens  reeds haar lesje geleerd bij de samenstelling van de regering di Rupo.
Centrumrechts bleek voor haar de enige haalbare kaart; voorwaarde was wel dat zij zou instemmen  met de door haar partners geëiste ‘communautaire rustperiode’ gedurende gans de legislatuur. Toch haalde de N-VA blijkbaar een ‘tegenprestatie’ uit de brand: de kans om op het einde van het verhaal een herziening van de grondwetsartikelen te bekomen. Hiertoe moet de regering deze vooraf vatbaar voor wijziging verklaren, waarna de Kamer (te gelegener tijd) de finale beslissing moet nemen.

Dit alles werd aanvankelijk niet aan de grote klok gehangen. Slechts één zinnetje in het regeerakkoord zou op deze aangelegenheid betrekking kunnen hebben: “Na afloop van deze legislatuur zal, zoals voorzien door het kiesstelsel en zoals  toegestaan door de grondwet, het aan de kiezers zijn om zich uit te spreken over de verschillende beleidsprojecten’.

Dit administratief Bargoens laat diverse interpretaties toe. Het is nogal wiedes dat de kiezers zich na verloop van deze regeerperiode zullen kunnen uitspreken over de toekomst; met ‘de verschillende beleidsprojecten’ kan men inderdaad alle kanten uit.

 

Verdoken afspraak
 

Het gaat niet enkel om de vraag of de regering Michel I het voornemen heeft om op het einde van de huidige legislatuur  - dit is in princiep binnen vijf jaar – het artikel 195 van de grondwet vatbaar voor wijziging zal verklaren. De premier heeft, na bespreking door het kernkabinet, hierover reeds te verstaan gegeven: “Zoals al dertig jaar het geval is, zullen we aan het einde van de legislatuur bekijken welke artikelen van de grondwet voor herziening vatbaar zullen verklaard worden.”

Op te merken valt dat dergelijke beslissing om te ‘bekijken’ geenszins een verplichting is; bovendien is het al eerder gebeurd dat een regering uitdrukkelijk vooraf bekend maakte dergelijke procedure af te wijzen. Nu staat het dus inderdaad vast dat deze maatregel wel degelijk is afgesproken.
Het is ook zonderling dat de premier in het midden laat ‘welke artikelen’ van de grondwet hiervoor in aanmerking komen. Waarom hanteert hij die opzettelijke vaagheid? Poogt hij aldus te vermijden zijn achterban voor het hoofd te stoten of probeert hij iemand te misleiden?

Dat zo’n belangrijke, principiële aangelegenheid niet duidelijk  en concreet opgenomen werd in het (publieke) regeerakkoord, is  - zeker in de huidige context – hoogst verwonderlijk. Het valt bovendien op, dat dit heikel ‘deelakkoord’ pas in de ultieme fase van de regeringsonderhandelingen gesloten is: na de allerhande, langdurige besprekingen en betwistingen was deze deal – althans voor de N-VA – hoe dan ook zowat ‘de kers op de taart’.
Dit alles geeft te kennen dat deze fundamentele voorwaarde van de Vlaams nationalisten als ’t ware de ‘sleutel’ was van de uiteindelijke overeenkomst met de traditionele regeringspartijen. Blijkbaar moest deze queeste in alle  discretie, zeg maar in het grootste geheim, afgehandeld worden. Een eenvoudig ja-woord kon voor de N-VA zeker niet volstaan. Het moest op papier komen; en, voor alle zekerheid, in de sluizen van de vier regeringspartijen bewaard worden.

Het scenario van de geheimdoenerij  klopt als een bus.
Of het doek zal gelicht worden, valt te betwijfelen.
Hoe dan ook, Jan Jambon heeft met zijn recente ‘onthullingen’ voor een kliekje commilitones, een steen in de kikkerpoel gegooid.
 

Ontluisterend betoog

In tegenstelling tot premier Michel was het N-VA boegbeeld op dinsdag 25 november voor de KVHV-studenten te Antwerpen bijzonder loslippig. Naar eigen zeggen werd hij door zijn achterban “ter verantwoording geroepen”. Hij kon daar begrip voor opbrengen. “Ik ben nu een Belgische vice-premier: dat wil ik eigenlijk helemaal niet zijn. Is het dit allemaal dan wel waard? Die vraag houdt mij elke dag bezig.” [Apache.be]

Jambon verdedigde wel de deelname van de N-VA aan de federale regering. Een sociaaleconomisch herstelbeleid  alsook hervormingen van migratie en justitie compenseren de communautaire stagnatie in de volgende vijf jaar. “Wij hadden geen partners voor het confederalisme” constateerde hij; “een federaal beleid dat tegen de wil van de Waalse meerderheid in gaat moet ervoor zorgen dat de PS zelf een nieuwe staatshervorming zal vragen.”

Voorts bekende hij dat zijn ontmoetingen met de Koning hem soms in heel gênante posities brengt. ”Maar op het kabinet hebben we alle Belgische vlaggen weggehaald. Er hangt enkel nog één koningsportret waar de journalisten komen…”

 

Geheime schriftjes
 

Deze openhartige ‘bekentenissen’ zeggen veel over de precieze visie en planning van de vice-premier. Het siert hem wel dat hij er geen doekjes om windt. Men kan zich hierbij evenwel de vraag stellen in hoeverre dit alles te rijmen valt met zijn functie en hoe hij zich in die positie zal kunnen handhaven. Meer nog, zit de partij waarvan hij toch een van de kopstukken is, wel degelijk op haar plaats?
Jan Jambon sprak immers zeker niet enkel zijn eigen biecht.

De vice-premier bevestigde daarenboven met klem: “Naast het regeerakkoord zijn er de Atoma-schriftjes die in de kluizen liggen van de vier regeringspartijen. Daarin staan afspraken over grondwetsartikelen die voor herziening vatbaar verklaard zullen worden. Ik denk dat we zelfs het artikel 195 over de procedure van staatshervormingen zullen kunnen pakken.” [apache.be]

Deze toelichting laat aan duidelijkheid niets te wensen over. De details zoals specifieke ‘Atoma-schriftjes’, ‘partijkluizen’ en ‘artikel 195’ komen voorzeker van een insider; het is gewoon ondenkbaar dat een politicus van dit formaat het zou aandurven dergelijke informatie zomaar te ‘fantaseren’.
Men kan zich trouwens ook bedenkingen maken bij de door Jambon gespecificeerde opgave van de geheimschriftjes. Het lijkt wel alsdat hij op die manier de authenticiteit ervan wou benadrukken. Ofwel was dit ook humoristisch bedoeld: het origineel en ingenieus Atoma inbindsysteem maakt het schift immers makkelijker te hanteren zoals bladen toevoegen, verwijderen, omwisselen, printen, kopiëren…

Daarenboven, het aangekondigde thema van de lezing was: ’De staatshervorming  in de koelkast?’ De vice-premier moet toch wel beseft hebben dat dergelijk ‘hot ‘ nieuws niet enkel binnen de vier muren van het Antwerps KVHV-lokaal zou blijven. Ongetwijfeld heeft hij aldus de achterban, die zich zorgen maakt over de huidige koers van de partij, ietwat willen sussen; doch het was gewoon vooral zijn betrachting de goegemeente duidelijk te maken dat de N-VA haar ultieme droom niet zal verzaken.

 

Tegenspraak
 

De boude ‘onthullingen’ van Jan Jambon hebben een fikse rel in de Kamer en heel wat betwisting teweeggebracht.
Premier Charles Michel ontkende het bestaan van ‘geheime Atoma-akkoorden’ maar bevestigde de ‘regeringsbeslissing’ om de zaak te bekijken; andere ministers  weerlegden het bestaan van  ‘communautaire akkoorden’; N-VA-fractieleider Hendrik Vuye gaf tegelijk vergoelijkend en sarcastisch te kennen zich niet te herinneren dat er ooit een regering zonder Atoma-schriftjes tot stand gekomen is. Jan Jambon betoogde in diverse interviews dat hij te letterlijk, dan weer verkeerd begrepen werd; het was slechts ‘beeldspraak’. Alsof belangrijke regeringsbeslissingen thuishoren in fabeltjesland.

Er is dus duidelijke tegenspraak, waar niemand wijzer van wordt. Wellicht is het beter te kijken naar Jambon’s lichaamstaal in de Kamer. Zijn ineengedrongen houding, zijn doffe blik, soms een smalende glimlach, dan weer zijn handen voor de mond: het spreekt boekdelen.
De reacties van sommige regeringsleden zijn ook veelzeggend. Ze zitten blijkbaar onrustig en verveeld met de gang van zaken. Iedereen beseft wel dat het door het ‘gestook’ van en met Jambon de verkeerde kant uitgaat. In plaats van zich honderd procent met de nijpende, belangrijke en dringende problemen bezig te houden, spendeert de regering Michel haar tijd aan akkefietjes. Het gekrakeel en geruzie in de Kamer zijn zeker niet uitsluitend aan de oppositie te wijten. Het is evident dat de onenigheid en het wantrouwen in de ploeg een intern probleem bij de regering zelf is. Niet verwonderlijk ook, vermits een van de vice-premiers zich liet ontvallen dat hij dit zelf eigenlijk niet wil zijn. Zijn optredens en verklaringen tonen overigens aan dat hij aldus eigenlijk wél de waarheid zegt.
Intussen is ook aan het licht gekomen dat hij ‘jaren voor zijn toetreding tot N-VA, betrokken was bij de opstart van de Vlaams Blok-afdeling van Brasschaat’ [apache.be].
De huidige Minister van Binnenlandse Zaken maakte destijds ook deel uit van de raad van bestuur van de Vlaams-Nationale Debatclub. Op foto’s is te zien dat hij in die functie in april 1996 mede aan de eretafel zat met de top van het Vlaams Blok en de extreem rechtse gastspreker Jean-Marie Le Pen [apache.be].

De meeste verwijten die de oppositie de vice-premier aanwrijft, houden weliswaar verband met voorvallen of verklaringen uit de periode voor zijn recente ministeriële loopbaan. Ze verduidelijken echter zijn achtergrond en gedachtengoed, die zij onaanvaardbaar of onverenigbaar achten met zijn huidige functie. Bovendien betwisten  of weerleggen zij recente verklaringen die Jambon onlangs nog heeft aangevoerd.

Hoe dit alles zal aflopen is onzeker. Het staat echter als een paal boven water dat de piepjonge regering Michel een serieuze kink in de kabel heeft. Als de betrouwbaarheid van een der topministers keer op keer in vraag gesteld of in opspraak gebracht wordt, kan dit bezwaarlijk blauwblauw gelaten worden. Hierdoor komen, zoals onlangs al gebeurd is, onvermijdelijk ook andere vooraanstaanden, zoals de premier zelf  ofwel de Kamervoorzitter in ’t gedrang.
Als de oppositie quasi ‘en bloc’ de Kamerzitting verlaat, is er wel degelijk een haar in de soep. Benevens de meerderheidspartijen bleef enkel het Vlaams Belang op post…
 

JMP
07.12.2014
Pagina 1 van 12 >
JMP-Trends © 2017