Kruispunt / Opinie

Boerenbedrog

Wie dacht voor minstens vijf jaar verlost te zijn van de communautaire kwelduivel, komt wellicht bedrogen uit.

Bij de aanvang van de onderhandelingen voor de vorming van de centrumrechtse federale regering had de N-VA aan haar gesprekspartners te kennen gegeven dat zij bereid was haar communautaire eisen tijdens de nieuwe legislatuur in de ijskast te stoppen.
De ‘vernieuwingspartij’ ontpopte zich sindsdien vooral als voorvechter van de economische verandering en de budgettaire ordening. De kleine en grote ‘politieke incidenten’, veroorzaakt door de N-VA, bleven meteen ook achterwege; blijkbaar poogde  de extreem-Vlaamsnationalistische leiding op die manier haar imago van extremistische en hardvochtige drukkingsgroep enigszins op te poetsen. Daarenboven achtte zij het ook  een uitgelezen gelegenheid om de toekomstige partners nog enkele ‘verlovingscadeautjes’ te gunnen.
Dit manoeuvre diende natuurlijk de weg te effenen voor een voorlopige ‘pacificatie’, ten einde de onderhandelingen en overeenkomsten met de coalitiekandidaten zo vlot mogelijk te laten verlopen. Daarom werd ook artikel 1 van de N-VA-statuten voor een poos ietwat naar de achtergrond geschoven; de formele eindbetrachting van de partij werd echter geenszins afgezworen; de natte droom van de Vlaamse onafhankelijkheid mocht blijkbaar nog wel even wachten.
Het handigheidje lukte wonderwel. Het adagium van één der  coformateurs “Geloof ze niet” verstomde, de confrontaties van de coalitie-gesprekspartners in ‘De Zevende Dag’ werden plots vriendelijke onderonsjes en leading lady’s van de Vlaamse regeringspartijen verkneukelden zich in een charmeoffensief bij een gezellig dameskransje. 136 dagen na de verkiezingen, amper drie maanden na de eerste Zweedse besprekingen en een ultieme forcing van ruim 28 uur, lunch en wijn inbegrepen, was het pact beklonken: het regeerakkoord, de begroting en een glunderende premier, Charles Michel, werden opgediend.

Niemand leek ook maar enigszins verwonderd over de inhoud van de trukendoos. Heel wat ingrediënten waren overigens reeds eerder uitgelekt. Dat ‘de grote leider’ geen eerste minister wou worden noch deel wou uitmaken van de regeringsploeg, had hij zelf al vroeger te kennen gegeven. Dat hij zich, belofte getrouw, (voorlopig) liever achter de schermen houdt was al lang duidelijk: hij kan bezwaarlijk de teugels in handen nemen van een staat die hij finaal wil opdoeken. Het ‘vuile werk’ voor de tribune laat hij wellicht ook liefst aan anderen over. Deze handelwijze strookt overigens volkomen met zijn gebruikelijke verrottingsstrategie om aan te tonen dat België onbestuurbaar is. Blijkbaar wil hij het nu nochtans even anders proberen: de ‘verandering’ is enkel mogelijk als hij het ‘achter de schermen’ voor het zeggen heeft.
 

Het kan wel enige verwondering wekken dat de ‘traditionele’ partners van de nieuwbakken centrumrechtse regering zo gedwee in de val gelopen zijn. Uiteraard was dit voor hen een unieke kans om een nieuwe (economische) koers te varen. Het stemt niettemin tot nadenken dat zij hun principes over de ‘nationale unie’ zo lichtvaardig enigszins losgelaten hebben. Het economisch herstel is blijkbaar voor veel politici de hoofdbekommernis geworden. Dit betekent nochtans niet noodzakelijkerwijs dat zij thans plots het communautair ideeëngoed van de extreemrechtse partijen, dat zij onlangs nog zo kranig bestreden hebben, bijtreden. De kwestie wordt sedert de jongste  regeringsonderhandelingen door de ‘unionisten’ praktisch gewoon doodgezwegen.

Het gevaar is hiermee nochtans niet geweken, integendeel. De N-VA zingt nu wel een toontje lager. Verscheidene kopstukken hebben nochtans nog recentelijk onomwonden te kennen gegeven dat zij onverminderd hun streven naar onafhankelijkheid voortzetten. Wie het anders had verwacht is volkomen lichtgelovig.

Het is echter wel ergerlijk dat de N-VA-onderhandelaars slechts in  de finale van de jongste formatiebesprekingen voor de pinnen gekomen zijn met hun communautaire eis om op het einde van de legislatuur het artikel 195 van de grondwet vatbaar voor wijziging te verklaren. Ze willen op die manier de weg effenen opdat een twee derde meerderheid in de daaropvolgende legislatuur vanaf 2019 een  nieuwe staatshervorming in gang zou kunnen zetten.

Veel woorden zijn aan de zaak in het openbaar nog niet besteed. Vice-eerste minister Jan Jambon (N-VA) had het op TV over een ‘regeerakkoord-strategie’ waarin zijn partij haar ‘confederatievisie’ zou voordragen. De kwestie zou in de laatste zitting van het kernkabinet beslecht worden. “Op het einde zullen wij zien” zo betoogde hij; “de wil van de kiezer moet integraal uitgevoerd worden” liet hij fijntjes opmerken; alsook, nogal cryptisch: “Niet neen zeggen is bevestigen”.

De N-VA toverde aldus zonder schroom haar oude kwelduivel uit de doos van Pandora. Wie reeds na zoveel discussies, hinderlagen, misleidingen en loze beloften nog enig vertrouwen had in de ‘vernieuwingspartij’, werd meteen voor schut gezet. Jawel, haar plotse eis om in het regeerakkoord de weg naar de door haar gewenste  grondwetsherziening te openen, stemt volkomen overeen met haar standregels. Helaas, het moment van haar verrassende voorzet getuigt van geslepenheid en onbetrouwbaarheid.

Dit achterbakse manoeuvre, nadat  reeds een ruim akkoord over de voornaamste  samenwerkingsmodaliteiten bereikt was, typeert haar slinkse aanpak. Of de traditionele partijen al dan niet ooit in de val trappen, is voorlopig onzeker. De manier waarop deze aangelegenheid totnogtoe wordt doodgezwegen, is in alle geval een slecht voorteken. Eerste minister Charles Michel (MR) heeft er in zijn State of the Union amper iets over gezegd. Hoever de afspraken echt reiken is onduidelijk.

Het is alvast zeer de vraag hoelang de wittebroodsweken van de nieuwe coalitie zullen standhouden. Niet enkel de geplande  maatregelen, bezuinigingen en belastingen vallen nu al bij een aanzienlijk deel van de bevolking in slechte aarde. De Zweedse pacificatie staat tevens op rul zand. Het valt te verwachten dat de N-VA eerlang opnieuw haar stokpaardjes van stal haalt of op de gebruikelijke manier de publieke opinie voor het hoofd stoot. Hoelang ‘de grote leider’ zich in zijn bastion zal kunnen intomen, is een andere vraag.
De herrie die in het Parlement ontstond reeds vooraleer Michel 1 zijn regeerverklaring kon aanvangen, was wellicht slechts een voorsmaakje van wat ons de komende vijf  jaar te wachten staat. Dat uitgerekend de ‘misstappen’ van drie kersverse N-VA-ministers verband hielden met de collaboratie, zal niemand verbazen.

De thans aangekondigde ‘veranderingen’ verdienen niettemin wellicht een kans. Er staan België nochtans ongetwijfeld een aantal cruciale jaren te wachten.

JMP
15.10.2014
Toon alle berichten in Kruispunt / Opinie
JMP-Trends © 2021